I know you don't get a chance to take a break this often,
I know your life is speeding and it isn't stopping.
Here take my shirt and just go ahead and wipe up all the
Sweat, Sweat, Sweat!
Terwijl Daft Punk en Neil Rogers de glazen muziekinstrumenten bespelen zingt Pharrell Williams deze songtekst voor een publiek dat een ietwat excentrieke modesmaak heeft. De videoclip van 'Lose Yourself to Dance' is de beste postmodernistische kunstzinnige uiting die er ooit bestaan heeft.
Maatschappij met autisme
Postmodernisme is een woord met vele betekenissen. Zoals het sustainisme is er geen vaste definitie. Daarom is het belangrijk dat ik, als de schrijver van deze blogpost, er een definitie aan geef. Postmodernisme is een benaming voor een maatschappij met autisme. Ja, je hoort het goed. Autisme.
Mensen met autisme (inclusief ikzelf) denken op een andere manier dan de 'gewone' mensen; we leven in twee werelden. De wereld die tastbaar is en waar er consequenties aan je acties zijn gebonden. We leven ook in een wereld die niet bestaat. Deze wereld geeft ons ruimte voor fantasie, creativiteit en intellect. Het probleem met autisme is dat deze werelden soms in elkaar overvloeien.
Op zo een moment is de 'echte' wereld een simulatie - in onze hersenen zien we alles zoals in de fantasiewereld - wat als gevolg heeft dat onze fantasiewereld 'echt' word. Een postmodernistische maatschappij is ook de realiteit kwijt. De wereld is zo gefragmenteerd door modellen dat de hersenen van de mens zich gaan vormen aan die modellen. Vaak zijn deze modellen relatief en onbetrouwbaar, maar omdat we geen overzicht meer hebben over de waarheid zijn we verplicht om deze modellen toe te passen.
Van functionele waarde naar abstracte waarde
Voor de Tweede Wereldoorlog had elk medium een waarde dat gelijk stond aan de functionele waarde. Hoe meer je aan een product had hoe meer het waard was. Een wasmachine of koelkast was bijvoorbeeld heel duur omdat het heel veel arbeid van de gebruiker overnam. Die tijd kon gebruikt worden voor ontspanning.
Na de Tweede Wereldoorlog gebeurde er iets vreemds: producten kregen een symbolische waarde. Merken begonnen namelijk hun producten leuk aan te kleden, waardoor het product een karakter kreeg. Zoals ik had genoemd in mijn eerdere blogpost kopen mensen simulaties van hun eros om zo hun 'ich' tevreden te houden. Omdat de waarde van producten niet meer werd uitgedrukt in functionaliteit maar in symboliek kon de symbolische waarde gemeten worden door de valuta waarde.
Zodra er geld gekoppeld is aan een product krijgt het product een status. Een Beats koptelefoon is bijvoorbeeld veel duurder dan een vergelijkbaar product van de concurrent Sony - toch heeft de Beats koptelefoon een eigen aura. Het is een heel nieuw product op zich. Dit noemt men de sign value. Het object wordt zo gezien als een 'ding' dat het helemaal geen relatie meer heeft met de functionaliteit.
Dit is maar een klein voorbeeld van hoe het model in onze hersenen geen relatie meer heeft met de realiteit. Er zijn nog veel grotere voorbeelden dan dit: Taal, meeteenheden en architectuur zijn er enkele daarvan. Omdat al deze structuren en modellen ons leven domineren beginnen we verder en verder te staan van de realiteit. We leven in een simulatie.
Deze simulatie zie je het allersterkste terug in Japanse animatie. De karakters zelf zijn zo onrealistisch dat een buitenstaander het geeneens zou herkennen als een mens. Maar door een proces dat vergelijkbaar is met natuurlijke selectie is er een 'perfecte wereld' ontstaan die alleen te bezoeken is via anime, manga(Japanse stripverhalen), games en visual novels(een kruising tussen een verhaal, game en een animatiefilm). In deze werelden herleef je eeuwig geluk, jeugdigheid en liefde. De fans van deze producten willen naar deze wereld, maar het is onmogelijk - er zijn geen mensen met ogen die een diameter hebben van 5 centimeter. De fans hebben, letterlijk en figuurlijk, autisme.
De glazen gitaar
Luister je nog naar het prachtige nummer van Daft Punk? Ik nog wel, in mijn hoofd. Gek eigenlijk dat we geluid in onze hersenen kunnen simuleren. Maar waarom is dit nummer dan zo postmodernistisch? Er zijn een aantal punten waaraan je postmodernisme kan herkennen.
Neil Rogers speelt met zijn gitaar een deuntje dat vergelijkbaar is met zijn eerdere werk bij de band 'Chic'. Deze band was in de jaren '70 en '80 verantwoordelijk voor Le Freak, een disconummer dat op dat moment in Amerika ongekend populair was. Het deuntje herinnert mij, en waarschijnlijk veel mensen, zich aan een modernistische wereld. Ook al ben ik te laat geboren voel ik alsnog de nostalgische gevoelens die bij een wereld zonder computers hoort.
Hij speelt dit deuntje, net zoals zijn bandgenoten, op een doorzichtig instrument. Dit is ironisch, omdat mensen een instrument herkennen aan de vorm. De vormgeving van het instrument symboliseert de ziel van het instrument. In de videoclip valt dit juist weg. Het instrument is zijn ziel kwijt. Net zoals een postmodernistische maatschappij.
Terwijl de band grooved en Pharell de ietwat beperkte songtekst zingt danst er een discocrowd bij het podium. Tegenwoordig bestaan er geen disco's meer. Die zalen zijn heringericht tot EDM-clubs en rave-huizen. De disco is dus een historisch evenement. Dit word in de videoclip nagespeeld. Het gaat verder op het nostalgische aspect, alleen is het hier een gebeurtenis in plaats van een gevoel.
Jij, de toeschouwer van de videoclip, kijkt naar een discofeest terwijl je zelf niet in het publiek bevind. Wat je meemaakt is een simulatie van een discofeest en de sensatie die er bij gepaard gaat. Toch zit je thuis waar je niet met een bierflesje in elkaar geslagen word, dronken op straat ligt of doof word van de slechte muziek. Je hebt een gesimuleerde sensatie.
Ik ben zelf een enorme fan van Daft Punk. Ook al was hun laatste album op het eerste gezicht een tegenvaller was ik toch blind voor de fouten die ze hebben gemaakt. Het is Daft Punk, de goden van de muziek die eens in de tien jaar op aarde komen om hun goddelijke muziek achter te laten. Toch? Ik ben zo gefixeerd op het model 'Daft Punk' dat ik een heel apart model in mijn hoofd had voor hun muziek. Ik zie mijzelf als eeuwige Daft Punk-fan, ook al weet ik zo minstens tien muziekgroepen die minstens even goed zijn op te noemen. Toch is het Daft Punk. Toch is het overidentificatie.
In mijn hoofd gaat het discofeest door, ook al is de videoclip al afgelopen. Neil Rogers speelt het jaren-70-esque deuntje op een gitaar zonder ziel, op een gesimuleerd discofeest terwijl ik er zelf niet bij ben. Ik maak een simulatie mee van een wereld waar ik terug naar wil, ook al heeft die nooit bestaan.
Lose yourself to dance!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten