zondag 29 september 2013

Human aft er all


Terwijl je ipad-scherm flikkert, je je schoenen aantrekt die door een kind in China is gemaakt en je je obscure hipster-bandmuziek luistert verlies je jezelf. De elektronische media spelen zo in op de modellen die we als mensen hebben opgesteld, dat we vergeten wie we écht zijn. Het ipad spelletje mag dan nog zo leuk zijn, je schoenen zo lekker zitten en de muziek zo inspirerend, toch moeten we niet vergeten wie we zijn.

We hebben in de 21e eeuw de neiging om te denken dat technologie al onze problemen oplost. Maar Douglas Rushkoff beweert het tegenovergestelde: omdat we alle technologie alleen maar consumeren en niet begrijpen nemen corporaties onze levens over. Als we niet snel leren hoe computers werken, zullen we er ongemerkt gebruikt door worden.

Wat kun je hier aan doen? Heel simpel: maak zelf 'iets'. Start een moestuin, bespeel een instrument, doe vrijwilligerswerk. Pas dan kom je er achter wat menselijk zijn betekent. Pas dan kun je écht geluk proeven, volgens Rushkoff. Volgens hem kan het gebruiken van 'dingen' je niet dezelfde ervaring geven als het maken ervan.

Zinkend schip


Het is denk ik overduidelijk dat we in een post-modernistische maatschappij leven. Onze wereld is zo gefragmenteerd dat verbanden zo ver van elkaar liggen dat de verbanden verbroken worden. Een goed voorbeeld is het kapitalistische systeem. Kapitalisme is gebouwd op groei. Maar wat als die groei niet meer bestaat? Juist ja, dan valt het systeem uit elkaar. Omdat kapitalisme zo in ons leven is gebouwd als betrouwbaar model valt ons hele model van de werkelijkheid uit elkaar. Niemand kan namelijk een wereld zich voorstellen zonder hiërarchie.

Zodra deze chronologische en hiërarchische verbanden uit elkaar vallen ontstaat er dus een vloeibaar en relatieve werkelijkheid. We zien dat deels in onze maatschappij opkomen: sustainisme en sociale media zijn goede voorbeelden. Hieruit ontstaat dus een netwerkmaatschappij - alles en iedereen staat altijd in vloeibaar verband met elkaar. Het probleem is dat we langzaam de netwerkmaatschappij tegemoet gaan, maar we nog te veel blijven hangen in onze post-modernistische maatschappij. We bevinden ons op een zinkend schip - we gaan de vloeibare wereld tegemoet, maar niemand durft eigenlijk van het schip af te springen.

To be or not to be

Maar we zijn dus geen netwerkmaatschappij. De belangrijkste eigenschap van een netwerkmaatschappij is dat mensen kunnen 'zijn'. We zien ons leven nu als een verhaal: het heeft een begin en een eind, subplots, opvulstukken en cliffhangers. Maar is ons leven wel echt lineair ingedeeld? Voordat we geboren worden en nadat we deze aarde verlaten kunnen onze hersenen geen ruimte of tijd waarnemen - dit betekent dus niet dat er niet 'niets' voor of na het leven is, maar dat een mensenleven een oneindige 'gebeurtenis' is die losstaat van tijd en waarin je waarheid, jawel, fluïde is.

Waarom kunnen mensen dan niet gewoon hun leven beleven en 'zijn'? De Gutenberg Galaxy is meer aanwezig dan ooit. Omdat we in een postmodernistische samenleving leven is er extra behoefte aan structuur en autoriteit. Die is namelijk heel ver weg gevallen. Mensen hunkeren dus nog naar de oude wereld, en zoals McLuhan het zou zeggen lopen we de toekomst tegemoet met ons blik op het verleden.

Afwachten

We zitten dus vast op dit schip. Op een bepaald en onvoorspelbaar moment gaat het schip ten onder en worden we verplicht de netwerkmaatschappij te accepteren. Maar is afwachten tot het onverwachte moment de beste optie? Misschien is het beter om de wereld die we nu kennen achter te laten en zelf het moment te kiezen wanneer wij de netwerkmaatschappij aanvaarden? 

Dit gebeurt niet. Mensen hebben altijd behoeften aan hiërarchie. De hersenen van de mens zijn zo afgesteld dat wij altijd lineaire structuren zoeken. Het internet gaat hier dwars tegen in. Op het internet kun je zelf kiezen wanneer jij ergens heen gaat, of wat je op welk moment beleeft. Het internet heeft daarnaast ook ander standaard voor verbanden.. Je zou dus kunnen zeggen dat de waarden en normen van het internet en de 'echte' wereld tegen elkaar aanbotsen. Dit levert een conflict op. En dus kunnen we niet het water inspringen.

Tijdbom

Het wordt dus wachten op het moment dat we deze gutenberg-postmodernistische maatschappij niet meer kunnen verdragen. Dat moment gaat een gigantisch conflict opleveren dat de waarden en normen van de mensheid zal laten instorten. Of de mensheid het overleefd is nog maar de vraag, maar één ding is zeker: de Global Village-maatschappij zal er voor ons uitzien als een buitenaardse civilisatie.

maandag 23 september 2013

ADHD



Dit is mijn gezicht na het lezen van het artikel '<undo>' dat geschreven is door Marc Deuze en Henk Blanken. Ik weet niet waar het artikel voor geschreven is. Wel weet ik dat het artikel zichzelf belachelijk maakt met onbewuste zelfspot. De schrijvers spreken met elke alinea een nieuw onderwerp aan zonder enkele samenhang tussen de verhalen en/of statements. Het is een puzzelstuk waarbij op elk stukje een willekeurige opdruk gedrukt is. En dat is nou juist waar het artikel over gaat: de impulsmaatschappij van de eenentwintigste eeuw.

CTRL+Z, gebruik het zolang het kan

We zeggen het allemaal wel eens: was er maar een undo knop in het echte leven. Of voor de digibeten onder ons: had ik maar een tijdmachine om het probleem anders op te lossen. Door de maatschappij waarin alles op computers draait zijn we zo gewend geraakt aan de impulsieve mogelijkheden en manipulaties van taken dat we de mogelijkheden binnen ons leven meten aan de wereld van het internet meten. Ik vraag me soms af of de schrijvers van '<undo>' de tekst op een typmachine hebben geschreven want ze maakten duidelijk geen gebruik van de manipulatiefuncties die een computer te bieden heeft.

Ja, de schrijvers springen met hun onderwerpen op de hak naar de tak: de enige cohesie die ik in de tekst vind is het verband dat word gelegd tussen impulsieve en genetwerkte acties binnen onze maatschappij. Voor de rest is het een tekst waarin alleen maar om de rode draad word heen gewikkeld met een regenboog-draad die zoveel afleiding bezorgd dat de tekst inhoudloos word. Marc en Henk, toch maar de backspace-knop gebruiken, denk?

Spiegel

Ik weet niet of de schrijvers de intentie hadden om de tekst ironisch te maken, maar toch ga ik nu een vergelijking opstellen die de tekst vanaf een bepaald standpunt geniaal maakt. De woorden in de tekst zijn niet van belang: het gaat om de opbouw. De schrijvers hebben de tekst zo chaotisch gemaakt dat de lezer geactiveerd word om tot de conclusie te komen dat de genetwerkte maatschappij even chaotisch is. Henk en Marc, het spijt me als deze analogie niet jullie doel was, maar dat is de enige diepere boodschap die ik uit jullie tekst kan halen.

Natuurlijk zit daar een kern van waarheid in. De wereld van nu is zo impulsief en irrationeel dat je haast zou denken dat het een kind is dat ADHD heeft en geen begeleiding toegereikt krijgt. We leven in een wereld waarin alles nieuw moet zijn. Met nieuw bedoel ik dan natuurlijk een publicatiedatum van maximaal 24 uur. Trends ontstaan, worden weerlegd en doven zo snel dat niemand het meer echt kan bijbenen. Zonde hoor, want we ruilen de rust van de natuur in voor een wereld die bestaat uit afleiding, onzinnige humor en ironie.



vrijdag 20 september 2013

Lose yourself to Dance


I know you don't get a chance to take a break this often,
I know your life is speeding and it isn't stopping.
Here take my shirt and just go ahead and wipe up all the
Sweat, Sweat, Sweat!


Lose yourself to Dance!


Terwijl Daft Punk en Neil Rogers de glazen muziekinstrumenten bespelen zingt Pharrell Williams deze songtekst voor een publiek dat een ietwat excentrieke modesmaak heeft. De videoclip van 'Lose Yourself to Dance' is de beste postmodernistische kunstzinnige uiting die er ooit bestaan heeft.

Maatschappij met autisme

Postmodernisme is een woord met vele betekenissen. Zoals het sustainisme is er geen vaste definitie. Daarom is het belangrijk dat ik, als de schrijver van deze blogpost, er een definitie aan geef. Postmodernisme is een benaming voor een maatschappij met autisme. Ja, je hoort het goed. Autisme.

Mensen met autisme (inclusief ikzelf) denken op een andere manier dan de 'gewone' mensen; we leven in twee werelden. De wereld die tastbaar is en waar er consequenties aan je acties zijn gebonden. We leven ook in een wereld die niet bestaat. Deze wereld geeft ons ruimte voor fantasie, creativiteit en intellect. Het probleem met autisme is dat deze werelden soms in elkaar overvloeien.

Op zo een moment is de 'echte' wereld een simulatie - in onze hersenen zien we alles zoals in de fantasiewereld - wat als gevolg heeft dat onze fantasiewereld 'echt' word. Een postmodernistische maatschappij is ook de realiteit kwijt. De wereld is zo gefragmenteerd door modellen dat de hersenen van de mens zich gaan vormen aan die modellen. Vaak zijn deze modellen relatief en onbetrouwbaar, maar omdat we geen overzicht meer hebben over de waarheid zijn we verplicht om deze modellen toe te passen.

Van functionele waarde naar abstracte waarde

Voor de Tweede Wereldoorlog had elk medium een waarde dat gelijk stond aan de functionele waarde. Hoe meer je aan een product had hoe meer het waard was. Een wasmachine of koelkast was bijvoorbeeld heel duur omdat het heel veel arbeid van de gebruiker overnam. Die tijd kon gebruikt worden voor ontspanning. 

Na de Tweede Wereldoorlog gebeurde er iets vreemds: producten kregen een symbolische waarde. Merken begonnen namelijk hun producten leuk aan te kleden, waardoor het product een karakter kreeg. Zoals ik had genoemd in mijn eerdere blogpost kopen mensen simulaties van hun eros om zo hun 'ich' tevreden te houden. Omdat de waarde van producten niet meer werd uitgedrukt in functionaliteit maar in symboliek kon de symbolische waarde gemeten worden door de valuta waarde.

Zodra er geld gekoppeld is aan een product krijgt het product een status. Een Beats koptelefoon is bijvoorbeeld veel duurder dan een vergelijkbaar product van de concurrent Sony - toch heeft de Beats koptelefoon een eigen aura. Het is een heel nieuw product op zich. Dit noemt men de sign value. Het object wordt zo gezien als een 'ding' dat het helemaal geen relatie meer heeft met de functionaliteit.

Dit is maar een klein voorbeeld van hoe het model in onze hersenen geen relatie meer heeft met de realiteit. Er zijn nog veel grotere voorbeelden dan dit: Taal, meeteenheden en architectuur zijn er enkele daarvan. Omdat al deze structuren en modellen ons leven domineren beginnen we verder en verder te staan van de realiteit. We leven in een simulatie.

Deze simulatie zie je het allersterkste terug in Japanse animatie. De karakters zelf zijn zo onrealistisch dat een buitenstaander het geeneens zou herkennen als een mens. Maar door een proces dat vergelijkbaar is met natuurlijke selectie is er een 'perfecte wereld' ontstaan die alleen te bezoeken is via anime, manga(Japanse stripverhalen), games en visual novels(een kruising tussen een verhaal, game en een animatiefilm). In deze werelden herleef je eeuwig geluk, jeugdigheid en liefde. De fans van deze producten willen naar deze wereld, maar het is onmogelijk - er zijn geen mensen met ogen die een diameter hebben van 5 centimeter. De fans hebben, letterlijk en figuurlijk, autisme.

De glazen gitaar

Luister je nog naar het prachtige nummer van Daft Punk? Ik nog wel, in mijn hoofd. Gek eigenlijk dat we geluid in onze hersenen kunnen simuleren. Maar waarom is dit nummer dan zo postmodernistisch? Er zijn een aantal punten waaraan je postmodernisme kan herkennen.

Neil Rogers speelt met zijn gitaar een deuntje dat vergelijkbaar is met zijn eerdere werk bij de band 'Chic'. Deze band was in de jaren '70  en '80 verantwoordelijk voor Le Freak, een disconummer dat op dat moment in Amerika ongekend populair was. Het deuntje herinnert mij, en waarschijnlijk veel mensen, zich aan een modernistische wereld. Ook al ben ik te laat geboren voel ik alsnog de nostalgische gevoelens die bij een wereld zonder computers hoort.

Hij speelt dit deuntje, net zoals zijn bandgenoten, op een doorzichtig instrument. Dit is ironisch, omdat mensen een instrument herkennen aan de vorm. De vormgeving van het instrument symboliseert de ziel van het instrument. In de videoclip valt dit juist weg. Het instrument is zijn ziel kwijt. Net zoals een postmodernistische maatschappij.

Terwijl de band grooved en Pharell de ietwat beperkte songtekst zingt danst er een discocrowd bij het podium. Tegenwoordig bestaan er geen disco's meer. Die zalen zijn heringericht tot EDM-clubs en rave-huizen. De disco is dus een historisch evenement. Dit word in de videoclip nagespeeld. Het gaat verder op het nostalgische aspect, alleen is het hier een gebeurtenis in plaats van een gevoel.

Jij, de toeschouwer van de videoclip, kijkt naar een discofeest terwijl je zelf niet in het publiek bevind. Wat je meemaakt is een simulatie van een discofeest en de sensatie die er bij gepaard gaat. Toch zit je thuis waar je niet met een bierflesje in elkaar geslagen word, dronken op straat ligt of doof word van de slechte muziek. Je hebt een gesimuleerde sensatie.

Ik ben zelf een enorme fan van Daft Punk. Ook al was hun laatste album op het eerste gezicht een tegenvaller was ik toch blind voor de fouten die ze hebben gemaakt. Het is Daft Punk, de goden van de muziek die eens in de tien jaar op aarde komen om hun goddelijke muziek achter te laten. Toch? Ik ben zo gefixeerd op het model 'Daft Punk' dat ik een heel apart model in mijn hoofd had voor hun muziek. Ik zie mijzelf als eeuwige Daft Punk-fan, ook al weet ik zo minstens tien muziekgroepen die minstens even goed zijn op te noemen. Toch is het Daft Punk. Toch is het overidentificatie.


In mijn hoofd gaat het discofeest door, ook al is de videoclip al afgelopen. Neil Rogers speelt het jaren-70-esque deuntje op een gitaar zonder ziel, op een gesimuleerd discofeest terwijl ik er zelf niet bij ben. Ik maak een simulatie mee van een wereld waar ik terug naar wil, ook al heeft die nooit bestaan.

Lose yourself to dance!

zaterdag 14 september 2013

Minds of Media


Er zijn heel veel mediawetenschappers die elk hun eigen ideeën hebben over de relatie tussen cultuur en media. Zo heb ik ook mijn eigen meningen. In deze post staan de belangrijkste mediawetenschappers met hun bijbehorende ideeën. 

De Aura

Walther Benjamin was opgegroeid in de tijd van de wereldoorlogen. In deze tijd kwam het concept van vrijheid op. Hierdoor kwam er ook heel veel creatieve vrijheid. Deze creativiteit werd ook vaak misbruikt, in zijn ogen. 

In de wereldoorlogen kwam het propaganda op. Dit is kunst die bedoeld is om het volk te motiveren een taak te doen of zich aan te sluiten bij een idee. Propaganda bestond in alle soorten en maten: van hoorspellen op de radio, tot films en posters. Deze werkstukken moesten zo veel mogelijk geproduceerd worden zodat ze verspreid werden onder het volk.

Dit was volgens Walther Benjamin een probleem. Elk kunstwerk had een aura volgens hem, en zodra je dit ontneemt van het kunstwerk door het te kopiëren ontneem je het werk ook van zijn aura. In zijn bekendste boek schrijft hj over reproductie van cultuurgoederen. Hij benoemd onder andere het flexibel worden van muziek, de fragmentatie van plaats en de massacultuur.

Ik geloof niet in die aura. Ik geloof echter wel dat hoe een werkstuk word gepresenteerd de perceptie van de aanschouwer veranderd. Een muziekstuk klinkt namelijk anders op een concert of als een mp3. Een schilderij aan de wand in een museum is anders dan een plaatje ervan op het internet. Toch blijft de essentie hetzelfde - je kunt op dezelfde manier meezingen met de mp3 als op het concert, en je ziet alle details op het internet even goed als in het museum.

Het onderdrukte eros

Sigmund Freud was een mediawetenschapper die meer een psychologisch dan een sociologisch invalshoek innam. Hij is er van overtuigt dat elk mens een strijd tussen het 'es' en het 'uberich' doormaakt. Het es omvangt de eros van een mens - de lusten van een mens die irrationeel en impulsief zijn. Het uberich is de rationele 'ik' - hij houdt het es in bedwang om zo rationeel in de samenleving te functioneren. 

Er ontstaat een soort simulatie van het eros - mensen kopen producten om hun eros te voldoen. Dit zijn echter niet de echte oplossingen voor deze lusten. Die zouden namelijk niet rationeel in de maatschappij zijn. Het uberich beslist welke producten worden geconsumeerd als oplossing voor de lusten. Elk mens is dus te begrijpen door de media die hij/zij gebruikt. Dit fenomeen van simulatie heet repressive desublimation.

Wanneer een repressive-desublimation product word geaccepteerd door de maatschappij word het getolereerd. Dit gebeurd onbewust. Een voorbeeld van repressive tolerance is dubstep - ooit was het een muzieksmaak die ondergronds was. Het werd geluisterd door mensen die niet thuishoorde in de maatschappij. Hun eros was om de maatschappij af te breken met de zwaarste basgeluiden die er bestaan. Op een gegeven moment kreeg iedereen een deel van deze eros, waardoor dubstep in de top40 kwam. 

Het is wel ironisch dat dubstep nu heel erg veel word gebruikt in commercials. Commercials zijn juist onderdeel van dit gefragmenteerde, gutenbergse, kapitalistische systeem wat juist afgebroken word door dubstep.

Twee mediasociologen

McLuhan was een mediawetenschapper waar ik niet al te diep op in ga. Ik noem hem wel omdat hij recht tegenover Sigmund Freud staat - Marshall McLuhan geloofd dat media een extensie is van de mens. Sigmund Freud gelooft daarentegen dat de mens een extensie van media is. Volgens McLuhan brengt elk medium een aantal eigenschappen met zich mee: 'It enhances, retrieves, reverses and obsoleces (er zijn hier Engelse termen gebruikt omdat de woorden lastig te vertalen zijn in het Nederlands). 

Bij Sigmund Freud licht de focus dus meer op de culturele en menselijke kant van het medium. McLuhan is een technologist die van mening is dat media de mens moet dienen. Persoonlijk denk ik dat McLuhan een beter punt heeft. Mensen staan centraal in ons wereldbeeld, hoe we het ook wenden of keren. Wij moeten niet slaven worden van media, maar wij moeten media scheppen om ons het leven gemakkelijker te maken. Dat wil niet zeggen dat ik Sigmund Freud gelijk geef met zijn concept over het uberich en het es. We moeten, volgens McLuhan juist dat es opvangen en waarmaken door middel van (elektronische)media.

Icarus

Volgens Ray Kurzweil zorgt de technologische vooruitgang er voor dat op een gegeven moment mensen en robots samensmelten. Deze ontwikkeling heet symbiose. Hierdoor verdwijnt objectiviteit en word er plaats gemaakt voor mythes en verhalen - je kunt namelijk je universum zo indelen als dat jíj dat wilt. Het gevaar blijft echter dat je niet te dicht naar de zon moet vliegen, mocht je je cyborg-vleugels willen behouden.


Er zijn een hoop mediawetenschappers en filosofen, waaronder ik, die hier niet in geloven. Zo kunnen problemen niet opgelost worden met 'magie', volgens Evley Mrezov. Jaron Lanier doet daar nog een schep bovenop. Hij is er van overtuigt dat we langzaam slaven worden van media - het vernietigt ons 'ik'. Je bent op het internet echter ook alleen maar metadata. Zal er een dag komen waarin mensen alleen kijken naar je metadata, in plaats van je ogen?

Productie in de achtertuin

Situatieschets


Ik twijfel of sustainisme een goed of slecht fenomeen is. Aan de ene kant zijn we niet meer afhankelijk als we in een sustainistische maatschappij leven, maar daartegenover staat dan wel dat wij niet meer aan industriële producten kunnen komen (computers, massageproduceerde producten zoals pennen, papier). Het grijpt mij echt. Ik wil weten of er een oplossing is voor dit gebrek.

Chris Anderson, de voormalige oprichter van het tijdschrift Wired, heeft een eigen bedrijf die drones produceren. Dit doet hij aan de hand van 3D printers. Hij is er van overtuigt dat het mogelijk is om thuism alle producten die je nodig hebt te laten produceren door een 3D printer. Misschien is de 3D printer wel de oplossing voor dit gebrek binnen sustainisme?


De mediaontwikkeling die ik dus ga onderzoeken is dus de opkomst van de thuisproductie van producten. Bij mijn moeder thuis is het al een gewoonte om nuttige producten in elkaar te knutselen, en een hoop word dus niet direct gekocht maar geproduceerd. Zelf heb ik daar ook een hand van. Daarom ben ik ook zeer gedesinteresseerd in de mogelijkheden die zich in de toekomst zullen opdoen op het gebied van thuisproductie.

Hypothese

Ik verwacht dat de tweede industriële revolutie zeer realistisch is. Toch denk ik dat het niet gaat werken. Voor de winning en verspreiding van grondstoffen zijn toch corporaties nodig. Voor deze corporaties is het veel handiger om de grondstoffen gelijk te verwerken, zodat ze de waarde verhogen. Hierdoor blijven alleen kleinere producten over die je thuis zou kunnen produceren.
Het is dus heel realistisch om te zeggen dat je objecten als een opberg-bak of beeldje thuis zou kunnen produceren. Dit is een goed iets – veel mensen houden er van om hun producten te personaliseren. En met 3D-programma's zoals Google sketchup word dat ze zeer makkelijk gemaakt.

Ik verwacht dus dat er een splitsing tussen industriegoederen en thuisproductie-goederen ontstaat. Deze splitsing draagt weer bij aan de fragmentarisering van de huidige maatschappij. Deze fragmentatie kan niet langer doorgaan – De klimaatveranderingen gaan op aarde te rap om te experimenteren met nieuwe ideeën en modellen.

Relevantie voor het CMD-Vakgebied

De opkomst van de thuisproductie is een zeer relevant onderwerp binnen CMD. Het feit dat mensen hun eigen media thuis gaan produceren betekent dat ontwerpers met meer variabelen rekening moeten houden. In feite word ieder mens een eigen ontwerper.

Laws of Media

Het fenomeen thuisproductie is zeer goed in McLuhan’s model over laws of media te plaatsen.
Extends:
Creativiteit van de bevolking
Scheppen van fantasieën
Technisch inzicht

Reverses:
Onbetaalbare prijs van grondstoffen
Energietekort
Werkloosheid
Creatieve concurrentie
Fragmentisering
Economische Polarisatie

Retrieves:
Creativiteit
Onafhankelijkheid van corporaties
Lokaliteit van productie
Personalisatie van producten

Obsolesces:
Deel van de productie van grote bedrijven
Jaloezie
Fabrieken in lagelonenlanden



Bronnen

Het boek makers van Chris Anderson is een goed startpunt. Chris Anderson is een pionier op het gebied van 3D printers. Hij heeft zijn eigen bedrijf in drones. Dat zijn op afstand bestuurbaren robots die verschillende taken kunnen uitvoeren voor de eigenaar. Volgens Chris Anderson is de 3D printer de toekomst voor productie.
Dit interview geeft meer inzicht in de ideeën van Chris Anderson over de makers-cultuur.
Is een blog van Jackson Caroll, die de bewegingen binnen de makers-movement in de gaten houd. De laatste post is helaas wel op 8 mei 2013 geplaatst.
Dit artikel geeft ideeën hoe je mee kunt doen aan de maker revolutie. Het is ook geschreven door Chris Anderson.
Er zullen in de loop van het onderzoek meer bronnen bijkomen.

Opzet

Mijn onderzoek bestaat uit 3 fasen.
·         Oriëntatie: de bron bekijken, en opschrijven wat mij belangrijk lijkt.
·         Lezen: ik lees of kijk de bron, en maak aantekeningen van de belangrijkste punten.
·         Discussie: ik schrijf mijn ideeën over de bron op en ga een kritische discussie aan

Zodra ik dit proces met alle bronnen heb doorlopen maak ik een document waarin ik één lopend verhaal schrijf. Met deze tekst aan de hand maak ik een utopisch verhaal waarin een dag word beschreven in een makers-wereld. Deze word verwerkt in mijn presentatie.

Presentatie

Ik ga een film maken waarin het toekomstbeeld laat zien van de makers-revolutie. Het word een korte speelfilm waarin ik de wereld van de makers laat zien. De inhoud van deze utopische(of dystopische)-speelfilm is gericht op de extremen van de mediaontwikkeling.

vrijdag 6 september 2013

Makers

Na het lezen van het artikel over sustainisme was ik zeer skeptisch. Ik keek voornamelijk naar de negatieve kant van het model. Ik was bang dat het ecologisch onverantwoord zou zijn, en dat het ons nog meer zou fragmenteren.

Totdat ik deze documentaire zag.

Ik heb nu besloten om mij meer te richten op de economie van de toekomst en wat voor een rol ontwerp daar in speelt. Een mooi boek wat daarop aansluit is 'makers' van Chris Anderson. 


Er zullen snel nieuwe blogberichten komen die mijn gedachten over het boek vertellen. Ik kijk er zeer naar uit om het te lezen en kan dus niet wachten tot ik het boek op de mat krijg.

Absurd

Wat hebben QR-codes op verpakkingen van vlokken, Facebooknegativiteit en ebooks met elkaar gemeen? Juist ja, het zijn mediaontwikkelingen die onze maatschappij in zowel grote als kleine aspecten beïnvloeden.

QR-codes, sinds 1860

Met mijn hoofd nog in dromenland en slaap in mijn ogen zat ik aan de ontbijttafel. We hadden voor de verandering eens chocoladevlokken. Die zien we niet zo veel in deze crisistijd. Tot mijn verbazing zag ik een QR-code op de verpakking staan. Ik deed mijn bril op om de bijbehorende tekst te lezen, en wat er stond veroorzaakte een rilling in mijn ruggenwervel. De QR-code had een URL naar een filmpje over de duurzaamheid van de cacao die in de vlokken werd gebruikt. Is dat waar we tegenwoordig QR-codes voor gebruiken? Om filmpjes op te zoeken? Het feit dat de QR-code op de verpakking staat is belangrijker dan het hele filmpje - het laat zien dat de Ruyter meegaat met haar tijd. Ironisch, want op de verpakking staat vermeld dat de Ruyter 'sinds 1860' haar broodversieringen produceert, wat een suggestie naar een marketingstrategie van authenticiteit hint.

Van etalage naar klaagmuur

Facebook is een van de meest ingewikkelde openbare ruimtes op aarde. Iedereen kan namelijk je gedrag opmerken, maar een sociaal onverantwoorde actie uitvoeren is zeer gemakkelijk. De muur die word ontwikkelt in je hersenen dat je vertelt dat een actie onacceptabel is binnen een openbare ruimte valt namelijk weg terwijl je naar een computerscherm staart. Dit zorgt er voor dot de meest gekke berichten op Facebook staan. Een jaar geleden zag ik alleen maar foto´s van mensen die teveel alcohol ophadden, gezellige familiefoto´s en positieve citaten. Dit is echter aan het veranderen. Als ik nu mijn nieuwsfeed doorscroll kom ik voornamelijk berichten tegen met een negatieve lading. Facebook is namelijk aan het veranderen van een digitale etalage naar een klaagmuur. Ik doe zelf ook mee aan dit gedrag - het is algemeen bekend dat negativiteit aanstekelijk is. Ik stel voor alleen nog maar positieve berichten te plaatsen, zodat we in deze gefragmenteerde wereld toch nog wat optimisme kunnen brengen. Misschien realiseren we nu pas in wat voor een wereld we leven.

Practically (un)Functional Document?

Terwijl ik zocht naar heet boek 'Makers' van Chris Anderson kreeg ik als aanvulling op mijn Google zoekopdracht 'makers chris anderson ebook' aanbevolen. Ik snap de hype om ebooks en pdf'jes niet. Ik kan niet geconcentreerd vanaf een scherm lezen. Zeker niet vanaf een scherm waarin mijn skype staat te gloeien van berichten en waarop ook een videoclip van een o-zo-vet-nummer zich afspeelt. Ik kan ook niet geloven dat andere mensen dat kunnen. Letters op een scherm zijn gewoon onhandig om te lezen, hoe je het ook went of keert. Daarom stel ik voor dat mensen weer hun boeken kopen in plaats van ze op te zoeken op Google. Er gaat voor mij niets boven de geur van papier en het geluid van een bladzijde die omgeslagen word.

donderdag 5 september 2013

Sustainisme, of gewoon optimisme?


Ik zal hard overkomen als ik dit zeg, maar ik ben er vanuit mijn hart overtuigt van: ons leven wordt op een gegeven moment in de toekomst zo gefragmenteerd dat het uiteen spat. Ik weet niet hoeveel mensen met mij deze mening delen, al zou ik wel durven zeggen dat McLuhan ja zou knikken. Iemand die me zou uitlachen zou Michiel Schwarz zijn. Hij legt in zijn nieuwe boek het nieuwe economische model 'sustainisme' uit.

Sustainisme. Het betekent een ecologisch verantwoorde, eerlijke, lokale, high-tech economie Sustainisme is een nieuw economisch model dat ontwikkeld is voor de 21e eeuw - de gefragmenteerde eeuw. Het houdt in dat bedrijven lokaal worden en zich alleen afspelen in een lokale omgeving. Ecologisch, biologisch, sociaal en moraal verantwoord dus. Er is geen autoriteit van  landen of coöperaties. En dat is juist ook waar dit model vast loopt.

De mensheid is nog niet klaar om het idee van autoriteit los te laten. Het is lekker lui, voorspelbaar en gegarandeerd. Als je je werk doet binnen het systeem houdt het systeem zich vanzelf draaiend. Als de autoriteit over het systeem de touwtjes loslaat valt het uit elkaar, wat als gevolg met zich meebrengt dat mensen nog individualistischer worden.

Maar individualisme is juist niet wat we nodig hebben in een wereld waarbij smog ons langzaam en pijnlijk dood laat stikken, de meeste dieren op aarde op uitsterven staan en waarbij het zeespiegel de komende jaren onvoorstelbaar hoog gaat stijgen. Het sustainisme spreekt zichzelf dus tegen - het is bedoeld om onze economische, ecologische en sociale netwerken te behouden voor een lange periode. Zodra de aarde onbewoonbaar word voor mensen is het niet meer mogelijk om sociale of economische netwerken te hebben.

Lokaliteit leidt tot een soort wilde westen van ontwerp en gebruik van media. In een modern wilde westen zijn de kansen op terroristische aanslagen, natuurrampen en economische onzekerheid zodanig groot dat ik een sustainistische wereld zonder twijfel als een dystopie zou kunnen bestempelen. 

De kracht van mensen ligt in de mogelijkheid om te kunnen samenwerken. Met een sustainistische economie verkreukelen we deze eigenschap en gooien we het direct in de prullenbak, waarna we er zelf ook induiken. Ik vind kapitalisme de grootste vloek op de mensheid die we de vorige eeuw hebben ontvangen. Het zal waarschijnlijk tot ons einde leiden. Het tegenovergestelde idee, het sustainisme, is geen oplossing en is naar mijn mening zelfs nog gevaarlijker voor de mensheid.

De enige manier hoe wij uit onze ecologische crisis kunnen komen is door de leiders van de wereld het geld, de grondstoffen en de kennis bieden die nodig is om met elk mens op aarde het probleem aan te pakken. Tot dat gebeurt blijven we individualistisch. Geld kan niet het versterkt broeikaseffect tegen gaan. Lokale valuta al helemaal niet.

Cookies for Likes



Like je deze pagina? Nee zeker? Dat dacht ik al. Nou, ik weet al wat je van deze pagina vind. Jammer hoor. Ik dacht: je kunt wel eventjes op die grote duim drukken, zoals je dat ook bij het bericht over het eten van je buren, het feestje van je klasgenootje en de vakantiefoto van je moeder doet. Het is absurd dat je daar prioriteit aan geeft. Natuurlijk ben ik zelf ook verantwoordelijk voor zulk gedrag, maar ach, in deze wereld die op een extern stel hersenen draait (lees: elektronische media) kun je niet anders verwachten.

Waarom schrijf ik dit blog? Dat is een goede vraag die makkelijk te beantwoorden valt: de wereld veranderd sneller dan je denkt, en de motor achter deze veranderingen wordt deels aangedreven door de ontwikkeling van cultuur en media. Mediatrends komen op en verdwijnen zo snel dat de basisregels van mediaontwerpen elk jaar ververst moeten worden.

Als student is het dus handig om jezelf technieken aan te leren hoe je deze mediatrends kan spotten en hoe je die kan toepassen in je ontwerp. Dit blog is dus een manier om via een sociaal geaccepteerde manier in mijzelf te praten. Natuurlijk is dit blog open voor iedereen, al zal ik veel verwijzen naar vaktermen en belangrijke personen. Maar weinig naar McLuhan hoor, ik zal hem zeker missen.

Ik begin af te dwalen merk ik. Dat komt omdat op mijn second screen een videoclip speelt, mijn telefoon trilt van de whatsapp'jes en mijn gedachten al bij het opmaken van dit artikel zitten. Ik verwelkom hierbij de lezer. Toch maar een moment om op de like knop te drukken, misschien?