Voor de jaren ’90 generatie is de wereld magisch. We kunnen
op elk moment de meest sprekende kleuren en vormen op een beeldscherm tonen,
het is mogelijk om alle informatie op aarde te vinden en we hoeven ons geen
zorgen te maken of we onze benen breken of niet. Maar er zijn nog wel
limitaties. Het is alleen nog maar gedeeltelijk mogelijk om bits in atomen om te
zetten. De eerste babystapjes worden genomen om dit mogelijk te maken – 3D
printers, laser cutters en CNC machines kunnen van 3D(CAD)-modellen prototypes Maken. Die technologische otnwikkeling is niet meer te stoppen; er zijn steeds meer
mogelijkheden om creaties te maken, delen en aan te passen. De Makers-revolutie
is in volle gang.
Dat is de rode draad die Chris Anderson in zijn boek Makers:
The New Industrial Revolution aanneemt. In het eerste deel van zijn boek praat
hij over de geschiedenis van het digitaal Maken. In het tweede deel stelt hij
een hypothese op voor de toekomst van fabricage. Redelijk ambitieus, als je het
aan mij vraagt. Over het algemeen is het boek redelijk consistent en
aantrekkelijk geschreven, al komt Chris wel vaak terug op dezelfde punten
waardoor vooral het eerste deel erg uitgerekt voelt. Het boek heeft mij wel
geïnspireerd om zelf te gaan Maken. De mogelijkheden zijn bijna eindeloos.
Ja, bijna.
Lang leve de Revolutie
Wat is Maken? Maken is het openbaar fabriceren van fysieke goederen.
Vaak wordt met Maken het internet, 3D printers, duurzaamheid en elektronische
hardware geassocieerd. Dit is in principe heel logisch. Volgens Chris is het
internet dé uitvinding geweest die de Makers-revolutie gestart heeft. Omdat op
het internet alles te delen is en plaats irrelevant wordt is het mogelijk om
mensen aan je project te laten meehelpen die aan de andere kant van de wereld
zijn. Hij gelooft dus ook heilig in open-source.
Vroeger was er dus wel een barrière van plaats. Manchester
was de stad die de industriële revolutie leidde. In die tijd ontstond er in
Engeland een razendsnelle ontwikkeling van patent-wetten die het mogelijk
maakte om ‘uitvinder’ te worden. In Manchester zelf waren er de voordelen dat
het langs rivieren lag, dat er in de
buurt veel kolenmijnen waren, dat de stad verbonden was met een treinennetwerk en dat
de grond in Manchester goedkoop was. De eerste fabrieken waren textielfabrieken
– ze werden aangedreven door de Spinning Jenny, een weversmachine die het werk
van velen liet vervangen door machinekracht.
Het probleem was echter dat de productiemogelijkheden van
Manchester effectiever waren dan het distributiesysteem van Engeland. Ook
moesten de fabrieksmedewerkers en uitvinders uit de buurt komen omdat de
transportmogelijkheden erg beperkt waren. Tegenwoordig vallen allebei die
factoren weg – het distributienetwerk van de 21 eeuw kan in enkele dagen
goederen uit China op je deurmat laten leggen. Ook is plaats niet meer
relevant omdat een Skype-gesprek zo gepiept is. Zelfs taalbarrières vallen weg
door vertalingssoftware en de algemene acceptatie van de Engelse taal.
The Long tail of Things
Omdat het internet ons daarvan bevrijd is er ook een explosie
van creativiteit – een uitvinding kan elk moment door iedereen op het internet gezet en
aangepast worden. Je hoeft niet meer je uitvinding aan een
producent of fabriek te verkopen als je geld wilt verdienen. Je kunt gewoon de
onderdelen bestellen vanuit China en alles zelf regelen.
Het feit dat het zo makkelijk is om producten te Maken,
produceren en bestellen betekent dat er een verschuiving van massaproductie
naar nicheproductie ontstaat – dit noemt Chris Anderson the Long Tail of Things
(de lange staart van Dingen). Dit verwijst naar de grafiek die bij deze
ontwikkeling hoort; er komen steeds meer producten die niche zijn maar wel
verkocht worden. Door de Makers-revolutie en het internet komen er steeds meer nicheproducten die een
nieuwe markt creëren. De Makers-beweging speelt hier op in – de meeste Makers-producten
zijn nicheproducten.
Het is gemakkelijker om kleine aantallen van producten te
produceren dan ooit. De ontwikkeling van desktop-Makers-producten zorgt er voor
dat iedereen in de toekomst thuis zijn producten kan prototypen, Maken of
bestellen. Deze machines worden zelf ook beïnvloed door de Makers-beweging: de
beste en goedkoopste zijn open source, wat inhoud dat iedereen ze kan
aanpassen. Het boek is in 2012 geschreven, en nu al achterhaald: ondertussen is
er een nieuwe generatie van 3D printers die nog goedkoper en efficiënter is dan
de vorige.
De toekomst van Maken
Verdwijnen er dus banen? Nee. Er is alleen een verschuiving
in de rol die mensen binnen productie uitvoeren: het is aan mensen om te ontwerpen en
testen. En door het internet word dit gemakkelijker dan ooit. Iedereen kan een
entrepreneur zijn als hij bezit over een laptop met internetverbinding en een
bankrekening. Dit is een goede ontwikkeling omdat mensen steeds meer tijd
krijgen voor creativiteit, wat de technologische vooruitgang van de mensheid
versnelt.
Chris inspireert me om zelf te gaan Maken, en op een een of
andere manier doe ik dat al – ik vind het leuk om creatief te zijn en mijn
ideeën digitaal te prototypen. Maar ik ben nog geen entrepreneur. Dat zal ik ook
waarschijnlijk nooit worden. Dat is niet erg, want ik kan bijdragen aan
projecten van anderen. Ik ben zo snel geïnspireerd, en Chris heeft precies mijn
gevoelige snaar geraakt: ik heb de kracht en het doorzettingsvermogen om iets supervets te gaan Maken. Zelfs als het gaat falen heb ik een bijdrage geleverd aan
het web van creativiteit wat nu in de lucht hangt.
Noot: Het woord Maken is onvertaald omdat er geen goede vertaling voor het Engelse woord is die de essentie van het woord pakt. Het woord is met een hoofdletter geschreven om verwarring te voorkomen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten